Weet jij wat jouw kind zou doen?

‘Ja, dan zou ik wel meegaan’.
‘Ook als je die persoon helemaal niet kent?’
Ik probeer mijn gezicht in de plooi te houden en het antwoord te begrijpen dat mijn dochter net geeft.
‘Ja. Ik wil toch die voetbalplaatjes graag hebben. Ik kan dan toch gewoon even meelopen?’
‘Oh. Eh… Oké’. Ik zoek koortsachtig naar woorden. ‘Maar je weet toch dat je nooit met vreemden mag meegaan’, zeg ik, terwijl ik besef dat het begrip ‘vreemde’ relatief is voor een kind.

Ik slik. In mijn hoofd vragen verschillende gedachten om mijn aandacht. Aanleiding voor dit gesprek is het feit dat er recent in de buurt een kind is meegelokt door iemand die weinig goeds in de zin had. Het heeft me sindsdien niet losgelaten. Ik probeer me voor te stellen hoe bang dit kind moet zijn geweest. En wat de ouders nu zullen voelen. Het moet verschrikkelijk zijn om te horen dat iemand je kind pijn heeft gedaan. Mijn hart gaat uit naar deze familie.

Ik heb twee dagen zitten broeden op wat ik hier mee wilde. Want dát ik er iets mee wilde stond vast. Ik weet namelijk niet zo zeker wat onze kinderen zullen doen wanneer iemand ze probeert mee te lokken door ze snoep of een nest schattige puppies voor te houden. Maar tegelijkertijd wil ik ze ook niet wijzer maken dan ze zijn.

Om dus te polsen wat ze zouden doen én om ze tegelijkertijd iets bij te brengen kozen we ervoor om spelenderwijs het gesprek aan te gaan. Stel dat je in de speeltuin bent en iemand vraagt of je even meegaat omdat hij thuis nog wat games heeft die je mag hebben? Of dat hij een grote snoepzak in zijn fietstas heeft, maar dan moet je wel even meelopen, want  zijn fiets staat verderop.
En hoe zeer ik ook zou willen dat onze kinderen uit volle borst zouden roepen dat ze dat écht niet zouden doen, maken hun antwoorden me behoorlijk ongerust. Ze zouden gewoon meegaan.

De reacties van onze kinderen hebben tot gevolg dat we meerdere gesprekjes hebben. We hebben zelfs rollenspellen gespeeld, waarbij we steeds iemand speelden die probeerde om ze mee te krijgen. En dat zijn niet alleen onaardige, enge mensen. Juist niet. En ook een aardige meneer die zegt dat hij papa kent, zou wel eens kunnen liegen.
‘Want is het eigenlijk niet een beetje gek dat hij papa’s naam niet eens weet, terwijl hij zegt dat hij hem kent?’
‘O ja, dat is best gek ja!’

Hoe mooi, een kind dat nog vol vertrouwen en onschuld naar het leven kijkt. En dat wil ik ook zeker niet wegnemen. Maar ik wil wél dat ze weten wat ze moeten doen als een onbekende iets van ze wil dat niet door de beugel kan. Ik hoop ze daar door dit soort gesprekjes een beetje meer weerbaar in te maken. Maar meer nog hoop ik met heel mijn hart dat het nooit nodig zal zijn.

 

Het volgende filmpje is me erg bijgebleven sinds ik het zag. Ik vind het schokkend om te zien hoe makkelijk kinderen meegaan met een volslagen vreemde. Het laat zien hoe belangrijk het is om je kinderen voor te bereiden op dit soort situaties. Een goede tip die ik ooit las, is om een codewoord af te spreken met de kinderen. Als een onbekende dan bijvoorbeeld zegt dat hij je kind moet ophalen omdat papa of mama zelf even niet kan komen, dan kan je kind om het codewoord vragen. Wanneer hij dit woord niet kent, weet je kind dat het niet moet meegaan. En ook niet onbelangrijk; wat versta je onder het woord ‘vreemde’? Is dat iemand die je nog nooit hebt gezien, of valt daar ook een buurman onder die verderop in de straat woont en die je nooit spreekt maar wel eens ziet?

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s